Reisverslag
van 7 november tot en met 15 november 2006
(deel 5)
Ter info: wisselkoers: voor het gemak vermenigvuldigen
wij met 0.6. Dus 1 Australische dollar rekenen wij als 60 Eurocent.
Als bijvoorbeeld schoenen 15 dollar kosten, is dat maar 9 Euro, per
twee schoenen. Ik had een zwart paar en een lila, hihi.
Dinsdag 7 november 2006
Het regent nog een beetje en de galahs (kaketoes: grijze met roze buik)
zitten in de bomen rond de camping te dutten. We vervolgen de weg nummer
1 Princess Highway richting Bega. Dit gebied staat bekend om de kaasproductie.
Naast het merk Coon zie je veel Bega in de schappen. Zeker de moeite
waard onderweg om te kijken, lunchen of verblijven zijn Narooma en Merimbula.
In deze laatste plaats lunchen we in de tot aquarium en restaurant omgebouwde
werf. Niet de tip van de week. De plaats zelf wel dus. In een bijlage
van de Herald zien we prijzen van nieuwe auto's hier: we zullen het
misschien niet goed berekenen, hoewel alle kosten erbij staan, maar
het lijkt erop dat de prijzen zo'n 30% lager liggen dan in Nederland!
Dat moet ook haast wel, want we zien dus veel vrij nieuwe en vooral
grote 'dikke' auto's rondstuiven hier.
Nog een tip voor de beginnende Australiëganger: ga tijdig tanken.
In het ene dorp zitten 3 benzinepompen met allemaal diesel en dan 180
km niets of de diesel is uitverkocht. De landschappen zijn weer mooi:
glooiend, groene weilanden, koeien, kangoeroes en kreekjes of bossen.
Door ons bekende oorzaak komen we uit in Marracoota. Weer een mooie
vissersplaats met pelikanen, andere veugels en ook zwarte zwanen. Niet
van de olie, maar gewoon zoals ze van nature zijn. Dit is het meest
zuidoostelijke dorp van Australië. De meest ZO-punt is verderop,
maar dat ligt in een groot National Park en heeft alleen een vuurtoren.
Ze adverteren er niet eens mee, het is dat ik het zelf zie. Wazig. Met
af en toe wat zon en iets vaker opklaringen tuffen we door naar Orbost
en hopen vandaag nog aan te komen in Lakes Entrance.
Aldus geschiedde en van de minstens 5 caravan parken staan wij bij Silver
Sands, vlakbij de esplanade, winkels en de footbridge. Er lig namelijk
een dun strookje duinen achter het water en er is een voetbrug naartoe.
Daarachter ligt een prachtige oceaan. Groot en breed strand, prachtige
golven, mooie duinen met wandelroutes en omkleedruimtes en toiletten.
Zonder dat we de uitzichtspunten die we dadelijk gaan zien, hebben gezien,
hebben we al bedacht hier eens langer terug te komen. We krijgen van
de eigenaar complete routeuitleg voor onze reisplannen. Hij heeft zijn
trouwring in Eindhoven gekocht, dat schept een band. Ook heb je op deze
camping gratis toegang tot het zwembad met sauna, fitness in het dorp.
Bovendien krijg je kortingsbonnen (ja, het houdt maar niet op met mij)
voor de bistro in de Bowls Club. Had ik al verteld over Bowlen en Golf
hier? Er zullen vast heel aparte, mooie golfbanen elders op de wereld
zijn, maar wij, als niet golfers, hebben al tientallen banen zien liggen
op prachtige locaties. Zelfs midden in Sydney liggen er 3 of 4. Elk
dorp met meer dan 1000 inwoners, ik zeg maar wat, heeft al snel een
golfbaan en een Bowls Club. Dit is niet het kegelen of bowlen zoals
wij dat kennen, maar hier staan de (toch wel oudere) dames in het wit
op zorgvuldig aangelegde grasmatten te spelen. Met een kegelbal en kleinere
ballen is het een soort Jeu de Boule. Zo'n club heeft een clubhuis.
Dat is dan echter een fiks zalencentrum met bistro, bar, dansvloer,
casino/gokkasten, tv-ruimte. In zo'n club hier in Lakes gaan wij dus
eten. We melden ons aan en worden op de wachtlijst gezet. Onze naam
zal worden omgeroepen als de tafel klaar is. Wij kijken even bij het
internetcafe, de gokkasten en tv ruimte. Hier zijn nog beelden van de
Melbourne Cup Day te zien. De wereldberoemde paardenraces die vandaag
zijn hoogtepunt heeft met de belangrijkste races. Al in Cairns zagen
we restaurant waar je Melbourne Cup lunch kon reserveren want de hele
natie staat op z'n kop, ongeveer. De festiviteiten eromheen duren van
begin oktober tot half november! En heten Melbourne Spring Carnavale.
Afgelopen weekend tot en met vandaag zijn de chique dagen zeg maar,
waar de jetset in nieuwste couture en hoeden rondloopt. Hier zitten
de mensen in korte broek en op sandalen aan tafel, dus wij hoeven ons
niet om te kleden. Het gokken eromheen is natuurlijk ook big business.
Dan over de intercom: "Hens, joor teebul is reddie." A, wij
kunnen aan tafel. De bruchetta is heerlijk, mijn kip curry met groenten
heerlijk, de saladebar heel goed en Hans zijn mixed grill is goed. Het
hele dorp eet hier, het is af en aan, hier wordt echt gewerkt in de
keuken. Ik probeer voor het eerst (jaja) een Bundaberg rum met cola.
Het smaakt en valt goed, maar het kan natuurlijk aan de cola liggen
dat het erg zoet is. Misschien toch maar een fles meenemen om naast
Havana Club te proberen. Dan gooien we nog een paar dollar in de gokkasten,
alle mensen naast ons winnen, behalve wij. Ach ja, we zijn gelukkig
in de liefde, veel belangrijker. In de kou terug naar de mowo en met
sokjes aan slapen.
Woensdag 8 november 2006
Als we opstaan is het prachtig strakblauw. Helaas staat er wel een koude
bries. Voor onze camper die onder twee palmbomen staat (geen plastic)
zien we de campkitchen zoals dat hier in de boekjes heet. Een complete
keuken, maar dan onder een afdak en luifel met barbecue, gootsteen,
magnetron, pannetjes etcetera. Er is weer een zwembadjes bij, een speeltuintje,
een tafeltennistafel en zoals gezegd, netjes en strak geregeld hier.
En dat alles, daar was ze weer, voor 23 dollar zeg 14 Euri. De hele
nacht heb je dus ook stroom en water en als we een tv meehadden: tv
antenne, schone toiletten en warme douches en gebruik van alle genoemde
faciliteiten. Hans heeft die ervaring met camping in Nederland niet.
Douchen kost extra geld en prijzen liggen veel hoger van de staanplaats
alleen al in Nederland. Verder valt hier een groot vertrouwen op. We
zien nergens graffiti of zaken die kapot zijn gemaakt, geen vandalisme
en geen hekken of zelfs afscheiding om de terreinen heen. Je loopt er
zo op en af.
Anyway (Annie weg), we gaan verder en parkeren de mowo 50 meter verderop
want we willen die Ninety Mile Beach nog wel even zien natuurlijk. Door
straffe wind de wandelbrug over en ook hier dobberen de vrij unieke
zwarte zwanen weer rond. Ik heb een stukje video maar die zet ik niet
op de website, dus je zult toch zelf moeten komen kijken of het volgend
verslag afwachten als we hier weer zijn en wat langer blijven. De duinen,
wandelpaden, uitzichten, golven en strand zijn schitterend. Als we de
dorpjes met stranden, in onze beleving, sterren zouden geven dan kreeg
Mission Beach 2 sterren en Lakes Entrance 4 of 4,5 van de 5.
Op het nieuws en van de mensen horen we bijna niets anders dan de grote
droogte die hier heerst. Dan hebben we het over de rest van Australië
en zeker niet de gebieden waar wij zijn, want wij hebben vrij veel regen.
Maar nu rijden we, inmiddels in de staat Victoria, door gebieden waar
alle weilanden er inderdaad triest geel uitzien. Verder veel stompen
en afgebroken uitgedroogde bomen. Geen vee, geen graan, geel gras. We
zien een paar emoes onder een boom staan. We nemen een pauze in Milbroo.
Hoeveel keer ben ik nu in Oz geweest? En leer ik het ooit? Schijnbaar
niet. Ik ga er nog steeds vanuit dat als je ergens iets kunt drinken
en eten, er ook toiletvoorzieningen zijn. Is het niet in de gelegenheid
zelf, dan wel bij de buren of een kantoorcomplex ernaast. Nou is dit
een dorpje, maar bij de bakker wel heerlijk gebak en cappuccino, maar
voor toiletten verwijst de koekebakster ons naar de lokale pub of het
publieke parkje. Het laatste is inderdaad weer gelukt, dus maak je geen
zorgen dat je met een rol papier de berm in moet hier.
Dan is het, door prachtig glooiende landschappen waarvan een paar delen
groen maar het merendeel geel, naar Phillip Island. Dit is een eiland
ten zuiden van Melbourne, verbonden met een lange brug aan het land.
Ten zuiden hiervan is nog ergens Tasmanië en dan de zuidpool. Vandaar
dat hier pinguins, de kleinste soort, aan land komen. En op de uiterste
punt liggen twee grote rotsen waar de grootste kolonie zeehonden zit.Wij
gaan naar Cowes op de noorpunt. Het is een aardig dorp maar de drie
campings die in het centrum liggen, zien er niet goed uit en lijken
meer op woonwagenkampen. Gelukkig is er geen plaats en gaan we toch
maar iets buiten het dorp naar een camping uit een van onze boekjes.
Dit is een ruim opgezet, prettig, aan het water liggend park genaamd
Cowes. We krijgen een plaatsje bij het raam zeg maar, maar mogen ook
kiezen uit andere vrije plaatsen als we willen.We gaan even het dorp
in en vinden voor Hans een VB motorshirt. Hier ligt namelijk ook de
bekende Grand Prix racetrack (racebaan) van Phillip Island, hoewel dat
dan Melbourne wordt genoemd waarschijnlijk. We laten enkele foto's afdrukken
om als kaart te versturen en ze zien er goed uit. Dan gaan we naar Seal
Rock en zien geen enkele seal. Een sealige vertoning ja. Het zal wel
te koud en guur zijn om te komen zonnen, want warm is het nog steeds
niet. Het is echter voorjaar en er zit een megakolonie meeuwen. We zien
alle stadia van de meeuw, van grijzig wolletje tot lichtbruin jong naar
witte meeuw en er wordt wat afgekakeld, gevoederd, gevoeterd en oefenvluchten
gedaan. De moeders moeten hun jong dat rond de 5 weken oud is schat
ik, als ze 'rijp' zijn, goed verdedigen anders zijn ze voer voor andere
meeuwen. Er liggen her en der wat dode diertjes. Er ligt ook een dode
moeder en haar wel levende jong ligt tegen haar buik. We hopen maar
dat hij het gaat redden. Meeuwen vormen geen paartjes, dus de kans is
klein. Er zit ook een holletje bij waar een pinguin inligt. Dan gaan
we kijken bij de Penguin Parade. We zien al op foto's in de gidsen die
we hier meekregen, dat het een vreselijke vertoning is. Er zijn tribunes
gebouwd en, helemaal fout als je het mij vraagt, schijnwerpers rond
de plek waar de mini's aan land komen. Dat ze entree zullen vragen,
staat vast. Dat ze iets goeds met het geld gaan doen voor de pingiuns,
dat zal zeker. Het beste lijkt mij alles afbreken, hek erom en niemand
toelaten en de beesten met rust te laten. Maar ik heb er geen verstand
van. Als we echter in het hypermoderne visitor centre navragen, blijkt
dat je ook nog geen foto's mag maken. Dan zijn we helemaal om en gaan
er niet heen. Ja ja, ik weet het, als we wel foto's hadden mogen maken,
waren we wel gegaan waarschijnlijk, maar ja, helemaal heilig zijn we
ook weer niet. Enkele dagen later spreken we Johnny nog even en die
kan het toch wel adviseren heen te gaan. Het schijnt allemaal toch minder
'erg' te zijn dan het overkomt. En zoals Johnny al zei: weer een goede
reden om nog eens terug te komen. Wij rijden een stukje terug een andere
baai in en lopen even langs het strand. Dit is een kust waar vele wrakken
van schepen liggen en vanaf hier kun je er naartoe wandelen, maar wij
doen het niet. Het wordt bijna donker en we maken nog wat foto's van
het strand met rotsjes, koraaltjes. Geen twee stranden hetzelfde.
Bij de camper, die naast een weiland staat, staan zo'n 20 jonge stieren
verbaasd en onderzoekend bij het hek naar ons te kijken. Mooie kleuren
van oranjebruin naar zwart en met verschillende gezichtsuitdrukkingen.
Foto's zeggen weer meer dan woorden in dit geval, dus zie het fotoalbum.
Thuis gaan we weer aan de slag met de foto's met een muziekje erbij..
Donderdag 9 november 2006
Eerst even langs de bakker op de hoek in het dorp en die heeft echt
heerlijke en verse broodjes. Aanrader, 5 sterren. Op Phillip Island
zelf is een koalapark. Het is lente en er staat aangekondigd dat er
jonkies zijn. Die heten hier joeys, zowel een jong kangoeroetje als
een koala heet een joey. In een groot eucalyptusbos is een stuk afgezet
met lage omheining (waar wallabies nog wel overheen springen) en op
dat gebied leven zo'n 20 volwassen koala's met zo'n 8 joeys. Als je
door het hele park zou lopen zonder stoppen, ben je een uurtje bezig.
De korte versie: we zien alle formaten koala's van dichtbij en een aantal
in het 'losse' gedeelte zouden we zo aan kunnen raken omdat ze in een
boomvork hangen op 1,5 meter hoogte. Maar dat mag niet en dat is een
goede zaak. Er scharrelen ook wallabietjes rond. Toevallig vandaag wordt
de nieuwe grote stoffen koala neergezet waarmee kinderen van alle leeftijden
op de foto kunnen. De oude is helemaal kapotgeknuffeld. De korte versie
(nu pas?): wij vinden het geweldig. Buiten het park zitten langstaartwipmusjes.
Een parmantig musje met enorme staart wipt met die staart en rent als
een gestresste muis met ADHD rond. Of meer als een basketballer: twee
sprongetjes naar links, een halve naar rechts. Ze hebben prachtig blauw
gekleurde staartjes. Het is weer beschamend hoe weinig ik weet van flora
en fauna. Ik weet net het verschil tussen een eik en een wilg, een mus
en een valk, is het nou een hagedis of salamanderachtige, en deze bloem
is toch weer anders dan die ene. Kon je maar a la Matrix een bestandje
met kennis downloaden. Er is zoveel te leren en ontdekken op allerlei
gebied. Soms is de wereld heel klein. Voorbeeld: overal waar je ooit
naartoe zult gaan, is wel een Nederlander of is er al geweest. Maar
heel vaak blijken er werelden achter een onderwerp te zitten. Was ik
al blij dat ik een kangoeroe van een wallaby en een quokka (Rottnest
Island, met Marleen 1993) kon onderscheiden, blijkt dat er nog tientallen
andere roe-achtigen te zijn tot een springende muis aan toe zeg maar.
En wat dacht je van eten: de ene rijst is de andere niet. Hoeveel soorten
en smaken en bereidingswijzes zijn er wel niet? Meer wel dan niet? So
much to learn, so little time.
Allez (hop), we gaan weer verder. Phillip Island af via een lange brug
en eerst maar even tanken in San Remo. Hans wordt aangesproken door
een aardige dame die hem uitnodigt voor een gratis pitstop. Niet voor
de auto, maar voor hemzelf. Dat gaan we doen. Ook in Australie gaan
mannen te weinig of te laat naar de dokter, is hun gebleken. Daarom
hebben ze deze pitstop bedacht. Helemaal omgezet naar auto's en onderhoud.
In 10 minuten krijg je een APK. Zijn bloeddruk wordt gemeten (oliedruk),
gepraat over roken (uitlaat), sporten, prostaatklachten en meer. Zeer
leerzaam en je krijgt een aantal folders mee met nadere info en tips
om zelfonderzoek te doen of symptomen te herkennen. Hans blijkt een
uitstekende bloeddruk te hebben, zo fit als een dolfijn, niet depressief
en wordt APK goedgekeurd. Ondertussen heb ik de ruiten van dun otto,
de mowo, gewassen en kunnen we de paden weer op.
Om een flink stuk rijden te besparen en omdat we er niets aan hebben
als een dolle door Melbourne te rijden en er dan nog niets van zien,
besluiten we "onderlangs" te gaan en de veerboot te pakken.
De weg naar Sorento toe is mooi, althans de uitzichten. Prachtige stranden,
blauwgroene zee en dus niet ver van Melbourne. We zijn precies op tijd
voor de veerboot die met zo'n 3 km per uur naar de overkant kabbelt.
Als dit een beleid is om de natuur zo min mogelijk te verstoren met
lawaai van motoren, prima. In een half uurtje ben je aan de overkant
en belanden we in Queenscliff. Het aanzicht is veel minder mooi dan
waar we vandaan kwamen. Het is wel een historisch stadje, maar we laten
het nu voor wat het is, want we gaan weer verder. Vandaag willen we
zo dicht mogelijk bij de Great Ocean Road uitkomen. We zijn vaak gewaarschuwd
dat dit stuk snelweg langs de kust van zo'n 100 km, je minstens een
dag van 10 uur kost om het minimale te bekijken. Het waarom lees je
later.
Als je onderweg een caravanpark uitzoekt, is het altijd goed eerst te
checken hoe het ligt. De tekeningetjes in de boekjes zijn altijd uit
verhouding. Als je iets uitkiest omdat je denkt dat het vlak achter
de winkeltjes en restaurantjes ligt, kan dat in de praktijk toch ver
buiten loopafstand blijken te zijn. Uiteindelijk blijven we in Anglesea,
een klein dorpje met vuurtoren. Het parkje is klein, goed verzorgd en
heeft uiterst vriendelijke en behulpzame gastvrouw en -heer. De camera
mee en richting water maar weer. Je kunt een mooie duinwandeling maken
naar de vuurtoren toe. We komen aan het waterparkje niet eens toe. Onderweg
ook enkele witte kaketoe's met die gele waaierkuiven. We belanden bij
de bistro waar we prima eten. Net voor we binnengaan, lopen we tegen
een Anglesea-man aan die ons als tip geeft, langs de Great Ocean Road,
een bepaalde afslag met wandeling te doen. Het is niet persoonlijk,
we horen het meer, de meeste mensen die je ontmoet willen het je graag
naar de zin maken en geven de beste info. We rollen de bistro uit en
zien na 8 meter aan de overkant een Griek zitten! Tjongejonge, ook hier
nog maar een keer terug dan. Is er iemand die alle Griekse restaurants
in Oz onderzocht wil hebben? Dat willen wij wel doen dan, eventueel.....
Vrijdag 10 november 2006
The Great Ocean Road! In menig top 5 van toeristen en op verlanglijstjes
van velen, gaan wij die vandaag dan toch eindelijk 'doen'. Een tip die
wij al van anderen en voor deze reis gelukkig, meegenomen hadden in
de planning, is om deze weg van oost naar west af te gaan. De meeste
afslagen naar uitzichtspunten zitten aan de oceaankant van de weg, dus
dan is het met het links rijden in Australie, het beste van 'rechts
naar links' te rijden, Melbourne richting Adelaide zeg maar.
We staan zo vroeg mogelijk op en ontbijten wel onderweg. Alleen al over
deze dag kun je hele boeken schrijven. Er is zoveel te zien, wandelen,
doen, leren. Hier de korte versie weer, de foto's geven ook een idee.
Het waarom, door wie en hoe deze weg gebouwd is, is op film vastgelegd
en kun je hier lezen op borden, monumenten en poorten. Wat wij zeker
aanraden is naar de Erskine Waterfalls (watervallen) te gaan. Watervallen
zijn meestal mooi, vooral als er wat water stroomt trouwens, en deze
'doet het goed'. Nog mooier vinden we de beek die bergafwaarts gaat
met grote en kleine keien erin. Er is een wandelroute langs en door
dit water (mits het onder een bepaalde hoogte blijft, wordt aangegeven)
die ons enorm trekt. Maar ja, deze keer niet. De weg kronkelt door bossen,
bergen op en af, langs en iets uit de kust, werkelijk prachtige route.
In een Alpenachtige vallei met groene weides maken we een lunchstop
bij uitspanning The Bend (staat groot op het dak). Een aanrader voor
wat eten en drinken en vooral de ligging, het uitzicht en de tuin. De
tip van de man in Anglesea volgen we op en maken en wandeling bij parkeerplaats
Maiden's rest, iets ten noorden van Otway, 10 minuten rijden na Apollo
Bay. Werkelijk prachtig met reuzebomen. Als je geen idee hebt hoe apart,
indrukwekkend, ontzagwekkend een boom kan zijn, doe deze wandeling dan
eens. Verder slaan we helaas heel veel over, maar staan we regelmatig
naar de rotsformaties en kliffen te kijken, met natuurlijk de Twelve
Apostels (twaalf apostelen) als verplichte stop die ook zeker de moeite
waard is. Ze zijn veel groter als ik dacht en de kliffen zijn ook veel
hoger. Er zijn al wat apostelen omgevallen, begin dit jaar nog twee
als ik het goed heb, en bij sommige andere uitzichtspunten zien we waarom.
Daar staat zo'n enorm stuk steen in druppelvorm, maar dan met de punt
naar onderen! Januari 1990 is de London Bridge hier ingestort. De ene
dag heb je nog een brug naar zo'n rots, de volgende ochtend hele brug
weg. Zo onstabiel kunnen de rotsen dus zijn, dat er niet meer ongelukken
gebeuren, snap ik niet.
Zie hier een kaart van de Tourist Info.
Klik voor groter formaat.
Van een tourguide onderweg krijgen we nog een tip de afslag Grotto niet
over te slaan. Deze tip komt net op tijd, want we waren er even klaar
mee. En inderdaad, dat is weer een 5 sterren afslag. Je kunt hier naar
beneden en staat bijna onder zo'n open rotspartij. Het weer is trouwens
goed: zonnig, windje. De helicopters hebben er ook baat bij, je kunt
allerlei rondvluchten doen, van 5 tot 15 minuten ongeveer. Er wordt
fiks gebruik van gemaakt, want ze landen en stijgen elke minuut zo'n
beetje. Het is niet schrikbarend duur, dus als je er tijd voor hebt/neemt:
doen!
Ook een tip was naar het historisch dorpje Port Fairy te gaan. Dan doen
we braaf. Uit de boekjes had ik al gekozen voor een campinkje van de
Top Tourist keten. Maar, we kijken eerst, want ook die van de Big4 ligt
aan dezelfde weg. Het is natuurlijk niet altijd hetzelfde, maar wij
hebben zo de ervaring dat een Big4 de grootste, meest moderne misschien,
parken zijn en de Top Tourist meer parken zijn die wat kleiner zijn
en door gezinnen of families gerund worden die er zelf ook wonen. Snap
je? Afijn, hier in Port Fairy is de derde camping tot december gesloten
wegens renovatie, de vierde ligt over de rivier en trekt ons niet zo,
de Big4 ziet er inderdaad weer big (groot, niet varken) uit dus we kiezen
voor de Top Tourist. De dame achter de receptie overlaadt me weer met
informatie over het dorpje, waar te eten, de markt morgenvroeg, etcetera.
Als ik vraag waar internet is, zegt ze dat als het in de dorp niet meer
lukt vanavond, ik wel haar computer mag gebruiken. Erg aardig. Het wordt
al bijna donker, maar we zien wel dat het een mooi klein parkje is in
een mooie tuin. We zetten het mobiele terras op en gaan dan het dorp
in op zoek naar eten. Het stadje doet als een outbackstadje aan. Enorm
brede straten en niet allemaal verhard, historische gebouwen en vooral
veel houten pandjes en kerkjes. Er zitten ongeveer 40 winkels en hotels,
restaurants, bakker e.d. We sjouwen het hele centrum een keer rond (20
minuten klaar) en kiezen voor de Chinees. Normaliter niet mijn favoriete
maaltje en dat van Hans ook niet, maar we gaan er voor. Meestal bestel
ik een 'verkenner': knoflookbrood of zoals hier een spring roll (lenterol,
loempiaatje) om alvast te checken wat de kwaliteit en smaak van het
voedsel zal zijn. De spring rolls zijn heerlijk! Dan heeft Hans zo'n
keileuk zwart gietijzeren schaaltje waar je maaltijd nog op na-sizzeld
met in pittigzoete saus gebakken krokante kipdeeltjes. Ze gaan schoon
op. Mijn Tjap Tjoy is ook heerlijk. Het is niet hetzelfde zoals die
in Nederland wordt gemaakt, misschien scheelt dat ook al. Ook dat gaat
schoon op, een teken aan de wand. Kortom: 5 sterren voor het eten, tegen
de verwachting in bij binnenkomst...
Bij een ander restaurant om en op de hoek gaan we nog even internetten.
Helaas ook hier weer van die gillende kinderen waar geen kip (of haan)
iets van zegt, terwijl de ouders iets verderop zitten te eten. Moe zegt
er precies een keer iets van, maar de kinderen lopen finaal over haar
heen. Wij gaan het wilde westen weer in, terug naar onze paarden. O
nee, we zijn met de camper, zo was het. We slapen heerlijk en worden
met, wederom, veel vogelgekwetter wakker.
Zaterdag 11 november 2006
Eerst het dorp in, naar de bakker en even het marktje over. Er staan
zo'n 20 kraampjes van mensen uit de omgeving die hun waar (ja hier)
aanbieden: zelfgemaakte jams, honing, dingen van en met lavendel, hout,
kleding, sieraden. We kopen voor de beide moeders een zakje lavendel
voor in de kast. De rest past niet in de koffer, maar goed ook misschien.
Bij de bakker halen we broodjes, maar die zijn lang niet zo vers en
lekker als die op Phillip Island. De ene bakker is de andere niet.
We rijden naar Portland naar het visitor centre. De baai waar deze aan
ligt, is heel mooi maar wordt hevig ontsiert door industrie aan het
eind van de baai. De plaats zelf lijkt ons echter ook wel leuk en gezellig,
het is dus geen afrader. Bij de 'VVV' kopen we een kaart van de London
Bridge zoals die voor en na het instorten van de brug was.
Cape Bridgewater staat op het programma vandaag: een kwartiertje rijden
vanaf Portland met enkele uitstapwaardige, bezienswaardige onderwerpen
als blowholes (blaasgaten, ja leg dat maar eens uit), een petrified
forest (versteend bos), zeehondenkolonies en woeste golfslagen der oceaan.
Er staan fikse winden, type ruk. We worden niet gezandstraald, maar
gezoutstraald door de zilte nevel die landinwaarts geblazen wordt. Wat
wij er allemaal niet voor over hebben om een verslag voor jullie te
schrijven! Geen voordeel zonder nadeel, geen voldoening zonder inspanning,
etcetera, blabla, want door deze wind o.a. zien we indrukwekkend woeste
golven en wervelwater. Daar wil je niet zwemmen! Indrukwekkend in dit
zinsverband is een letter kwijtgeraakt, vroeger was het denk ik wind-ruk-wekkend,
toen ind-ruk-wekkend. De blaasgaten zijn door zee en wind uitgeholde
grotten waar water ingestuwd wordt die er dan met grote kracht weer
vooruit of een eindje verderop door een gat naar boven gespoten wordt.
Het versteende bos is eenzelfde verhaal als bij de Pinnacles aan de
westkust boven Perth, ongeveer. In dit geval heeft er een bos gestaan
dat helemaal onder het zand is beland. De bomen zijn versteend en de
bovenlaag is weer langzamerhand verdwenen, weggewaaid, weggespoeld,
terwijl de stronken van de bomen, dus alleen een onderste deel van de
boom, niet hele bomen, versteend achterblijven boven de grond. Heel
apart.
Bij de strandtent nemen we een lekkere en vooral warme cappuccino. Je
kunt vanaf hier met een rubberbootje, ingepakt in wetsuits naar de zeehonden
gaan kijken. Wij hadden willen wandelen over dit hoogste punt van Victoria,
althans, de hoogste klif, maar dat is een wandeling van twee uur en
wij willen vandaag nog in de Grampians uitkomen. De zeehondjes blijven
op het lijstje staan.
Via de plaats Hamilton waar we even wat boodschappen inslaan, gaan we
naar Halls Gap in The Grampians, een natuurpark dat op mijn verlanglijstje
stond voor deze reis en niet bij de maybe's maar bij de have to do's.
Van diverse mensen hebben we al gehoord dat er de grootste bosbranden
sinds eeuwen in The Grampians zijn geweest begin dit jaar, maar ook
dat de natuur juist hierdoor, aparte schouwspelen heeft die zeker de
moeite waard zijn. En inderdaad, de bergkammen blijven indrukwekkend,
maar wat het nu apart maakt, is dat we precies de grens zien waar de
bergwand overgaat van groen naar dor en afgebrand. Er staan alleen nog
stompjes of zwartgeblakerde bomen, zo lijkt het op afstand. Een apart
fenomeen is dat de hier normaal ook wel voorkomende Black Boy nu niet
alleen met duizenden tegelijk zijn gaan groeien omdat er nu meer zonlicht
de bodem bereikt, maar ook zijn gaan bloeien. Iets wat door het vuur
veroorzaakt wordt, zegt men. Kilometers ver en urenlang zien we duizenden
van die bloeiende palmachtigen, heel apart. Dan heb je verbrand bos
en verbrand bos. Zowel de zwarte stompjes zien we, maar nog veel meer
en dus hoopgevend, hele bossen met aangebrande boomstammen waar duidelijk
takken van missen, maar waar toch overal groen uitspruit. Het bos is
dus grofweg een meter zwart en dan vol groen waarbij blaadjes en nieuwe
takjes uit de bast ontstaan. Het hout of as laat men expres liggen.
Wel zijn een aantal wegen, poorten, enkele huizen en wandelpaden opnieuw
aangelegd en is men er nog mee bezig. Veel wegen waar je normaliter
met je 4WD inmag, zijn nu afgesloten tot nader order. Later lees ik
in een speciale uitgave over The Grampians na deze branden, dat hoewel
ongeveer 50% van het park door brand is aangetast, er gelukkig geen
doden zijn gevallen en weinig materiele schade is voor mensen. De branden
zijn door blikseminslag gestart en men heeft 6 weken moeten blussen
voor men de brand onder controle had. Uiteraard zijn er wel dieren de
dupe geworden, maar veel minder dan je zou verwachten omdat deze toch
of ondergronds of tijdig een schuilplaats konden vinden. We zien de
volgende dag dan ook een kleine kudde herten de weg oversteken. We zagen
er een bij een open haard staan in een restaurant, maar ik dacht dat
die er vanwege de Kerst stond. Er zijn niet eens waarschuwingsbordjes
voor en als we 30 seconden later waren geweest, had Hans ze niet aan
zien komen in het bos. Prachtige dieren ook, die net als de meeste dieren
die we zien, wel regelmatig op- en omkijken om te checken wat er in
de omgeving gebeurt, maar als ze zich niet bedriegd voelen, hun gang
blijven gaan.
Net voor het dorp Halls Gap ligt een camping aan een meer. Zoals gezegd,
de plaatjes en plattegrondjes in de boeken laten veel aan de fantasie
over, dus check altijd, want hier blijkt dat de camping niet mooi over
het meer kijkt, maar achter een enorme stuwdam ligt. Omdat we ook vanavond
weer stomdronken thuis willen komen en dus niet willen rijden, gaan
we op de camping midden in het dorp staan. Tegen de bergwanden aan,
net achter het stadsparkje met zwembad en de winkels en restaurants,
prettig gelegen dus. Er zitten enorm veel vogels en krekels en er steken
een paar wallabies (buideldier, een kleinere soort dan de kangoeroe)
over. Naast ons komt een jong stel uit Veghel staan en we raken bijna
niet uitgepraat en foto's kijken. Hierdoor komt de buurvrouw niet meer
aan koken toe en gaan ze ook maar buiten de camperdeur eten.
In het dorp is keuze genoeg waar je zou kunnen eten en wij kiezen voor
Kookaburra, een van de oudste uitspanningen aan de foto's te zien. Het
duurt minstens 10 minuten voor men heeft uitgepuzzeld of wij wel kunnen
zitten, het is hier op reservering. Qua muziek proberen ze net iets
te chique te doen, wat niet echt past bij de inrichting en de casual
sfeer die er verder hangt. We genieten van heerlijke gegrillde kipfilet
en Hans van de rack of lamb (lamsboutjes). We vermoeden dat de hele
vallei en omgeving hier inderdaad komt eten, want de tafels blijven
bezet. Als we nog even bij de mowo op ons mobiele terras zitten, gaat
het druppelen wat even later overgaat in compleet onweer. Net voor we
gaan slapen, ziet Hans buiten een kudde kangoeroes op het veld. De camping
is niet verlicht, dus je ziet vaag grote en kleine roetjes op het veld
staan. Je hoort ze wel duidelijk grazen. Een mannetje/vrouwtje of 30
wellicht, enkele met joeys. We maken foto's en filmen maar dat kan ze
niet deren. Ze kijken wel om zich heen, maar voelen zich totaal niet
bedriegd en we kunnen tot op 1 meter dichtbij komen, inclusief flitsen.
Ze grazen gewoon door.
Zondag
12 november 2006
Het is zondag, dus we hebben uitgeslapen tot 8 uur. Aangezien we
hier twee nachten staan, kunnen we vandaag in deze omgeving wandelen
en uitstapjes doen. We kijken eerst nog een keer bij de camping achter
de stuwdam. Je kunt er natuurlijk, zoals we van anderen ook horen, vreselijk
veel wildlife zien. Niet alleen vogels en mieren, maar dit is een uitgelezen
plaats waar dieren komen drinken. Vandaar dat we die kudde herten hier
zien, denken we. Dan is het niet zo ver rijden naar onze eerste inspanningsoefening:
wandelen naar Mount William. Dit is de hoogste bergtop van The Grampians
en is 1.150 meter boven zeeniveau met vooral uitzichten over de valleien.
Je kunt een heel eind met de auto omhoog, maar de laatste twee kilometer
moet je lopen. Zeg maar klimmen, want de helling ligt tussen de 10 en
in mijn beleving 170 graden. Het gaat wel haarspeldbochtsgewijs omhoog,
maar mijn kuiten gaan flink in de verdediging. Beneden staat aangegeven
dat de wandeling ongeveer stevig zou zijn van 2 uur totaal, heen en
weer. Wij doen er heen, inclusief veel stops voor mij en enkele fotostops,
bijna 1,5 uur over. O.k., o.k., op sommige stukken sta ik elke 10 meter
even stil, maar ook een Echidna is mede-schuldig. Een Echidna is een
stekelvarkenachtige egel met lange, slurfachtige snuit en leerachtige,
zwemvliespoten waarbij de achterpoten de voetjes naar achteren staan
in plaats van naar voren. Hoe weten wij dat, uit de boekjes? Nee, we
zitten er bijna bovenop. Ik waarschuw Hans dat hij even stil moet blijven
staan zodat ik het beestje op de foto kan zetten voor hij (m/v) de struiken
in zal verdwijnen als hij ons hoort of ziet. Maar het graaft en miereneet
gewoon door. Hans haalt de filmcamera erbij, we komen steeds dichterbij
en het beest kijkt niet op of om en stoort zich helemaal niet aan ons.
We kunnen er onderdoor kijken en zien dus die lange snuit van wel 5
cm die zo stevig is en onafhankelijk beweegt, dat hij een gaatje in
de rotsachtige zandbodem graaft op zoek naar mieren en insecten. De
voorpoten lijken op die van een mol, maar de achterpoten zijn groot
en zoals gezegd, de voeten staan verkeerd om! Heel apart, we zijn hier
wel 15 minuten aan het kijken. Helemaal bovenaan staat een clubje Antennes
waar je omheen kunt lopen om de vallei aan alle kanten te bekijken.
Uiteraard heel mooie vergezichten, maar niet zo mooi als de Wilpena
Pound in de Flinders Ranges (1993 met Marleen, zie aldaar). Die is van
100% natuur en hier zie je ook weilanden en dorpjes. Het waait behoorlijk,
zowel hier bovenop de berg als langs de route. Naar beneden gaat beter
en makkelijker. Op een gegeven moment stop ik, want ik hoor dieren knabbelen,
denk ik. We kijken de helling af tussen de struiken en boompjes door.
Het is toch vrij dichtbij. Ja hoor, ik stoot bijna een kaketoe uit de
boom met mijn neus, dit is typisch de uitdrukking: ergens met de neus
bovenop staan, in uitvoering. Er zitten 5 prachtige kaketoes of iets
in de boom aan de vruchten de knabbelen. Weer in kleurcombinaties die
we nog niet eerder gezien hebben. De volgende stop is de Silversand
Waterfalls. Via een, ja het wordt saai..., mooie wandeling loop je tegen
een waterval aan. Dat kan in dit geval, omdat het water wel naar beneden
komt vallen, maar niet op de grond verdergaat in een beekje maar in
de grond verdwijnt! Je staat er dus voor, je ziet geen gaten of kloof
en toch verdwijnt het water. Heel grappig. We spreken twee Australische
jongens die vanuit Melbourne een paar dagen op vakantie zijn. Ja ja,
ook hier weer vogels, prachtige kleuren, reptielen en fleurige flora.
In Halls Gap nemen we een lunchpauze. In de lokale supermarkt tevens
boekhandel kopen we een paar autotijdschriften en een leuke sleutelhanger
voor een vriendin die sleutelhangers spaart. Opvallend is dat wat je
in Nederland als standaard auto koopt, bijv. 6 cilinder 2 liter, ik
zeg maar wat, hier begint bij 8 cilinder 3 liter. En dan is de prijs
ongeveer 2/3 van die bij ons. Je hebt dus 25% meer auto voor 33% minder
geld dat je betaalt voor de 100% uitvoering, dus reken maar uit. Wat
Hans hier ook tweedehands te koop heeft zien staan, ziet er goed uit,
de kwaliteit/prijsverhouding. Hans krijgt eindelijk zijn kipdeel te
pakken, hij zit nog steeds te spinsen op een halve haan, en ik eet een
burger die beter smaakt dan het klinkt.
Dan einde dorp linksaf, de bergen weer in, naar de Boroka lookout. Hier
heb je snel en makkelijk toegang tot prachtige vergezichten over de
vallei en het dorpje Halls Gap. Je ziet ook goed hoe de Grampians bergkammen
lopen. Bij Reed's lookout, tevens branduitkijktpunt, kun je ook ver
kijken, maar wij zien niet de MacKenzie watervallen vanaf hier. We gaan
niet meer door naar de watervallen zelf. Thuis hebben we ook geen puf
meer, laat staan honger om 'echt' te eten, dus wordt het chips, die
moet ook nog op. Ondertussen een wasje in de machine die we eerst nog
ophangen, maar later in de droger doen. De was dan, niet de machine.
In de zon droogt een wasje supersnel, zeg 20 minuten, maar alleen in
de wind tegen de avond, gaat niet lukken. We bellen nog even met Johnny,
gezellig. Ondertussen is het avondconcert weer begonnen. Je kunt je
voorstellen dat er honderden krekels krekelen en tientallen kaketoes
en andere vogels kwetteren, maar dat wordt hier versterkt door de bergwanden
of iets, want je kunt elkaar amper meer verstaan, zo hard gaat het,
in verdeeld stereo: de krekels rechts en de vogels links. Na een uur
of iets, is het over. Wij zijn toch weer benieuwd waar de roetjes zijn
en gaan met zaklamp op pad. Een uurtje eerder zag ik een aantal de weg
oversteken tussen de huizen door. Het donkere bos is echter veel te
eng en moeilijk lopen zo, dus het is een kort uitstapje. De roetjes
zien we niet meer.
Maandag
13 november 2006
Dus, gisteravond geen roetjes meer op het veld. We zijn vroeg op,
want we willen veel kilometers maken vandaag. We rijden bijna de camping
af en ik zie in de bosrand roetjes zitten. Hop, de mowo uit, apparatuur
mee en achter een boom eerst. Er zitten en hoppen een aantal moeders
met joey rond. Ze eten, maar spelen ook, echt een lust om te zien. Op
een gegeven moment kom ik maar achter de boom vandaan. Zoals gezegd,
ook hier weer, ze kijken wel om zich heen, maar als je niet bedreigend
overkomt, ook niet met telelens, maar ja, hoe weten zij nou dat ik alleen
maar plaatjes schiet?, graast en hopt de hele familie gewoon door. Sterker
nog, er komt een moeke met joey mijn kant op en nog een grazer die op
een metertje voor me gaan staan eten. Ze passen niet eens meer in beeld!
Het moet niet gekker worden, ze staat gewoon in de weg als ik het spelende
jonkie achter in beeld wil fotograferen. Hans staat er inmiddels ook
bij, alsof we een struik zijn, zo zijn ze onder de indruk. Wij zijn
wel onder de indruk. Na een paar uur zijn we The Grampians uitgereden
en komen we langs enorme weilanden waar normaliter schapen grazen denken
we. We zien wel een kudde Alpaca's (van die lama-achtige beesten) en
ik zie een emoe met jong, maar geen foto. Dan komen we op de A8, de
snelweg richting Adelaide. Als we hier niet kunnen tanken, weten we
het niet meer. Dit is de route voor het grote vrachtverkeer tussen Adelaide
en Melbourne. Maar, in welk dorp ook: of geen diesel, of de pomp is
gesloten of de diesel uitverkocht! Pas in Keith tanken we dan toch eindelijk.
Uiteraard blijkt 5 minuten later dat er hele tankstrips zijn net na
Keith waar plenty diesel is voor uiteraard lagere prijzen. Tsja.
In Keith halen we broodjes bij de bakker en gaan we in het lokale publieke
parkje annex speeltuin pauzeren. In de speeltuin staat ook een soort
mini achtbaan, zonder acht. Je kunt dus vanaf een helling op een karretje
langs een monorail naar beneden en weer omhoog, keileuk. Hans doet wetenschappelijk
onderzoek of dit ook met volwassenen werkt. Het werkt.
In het plaatsje Wellington staan we in een keer in een minifile stil.
Er is geen brug over de rivier, maar er vaart een pondje. We trekken
al de portemonnaie, maar naie, het is gratis. En snel. Dus hop, in galop,
het gas erop, naar Victor Harbor. Een aantal plaatsen in Australië
is verkeerd gespeld. De toenmalige gouverneur moest nederzettingen aanmelden
bij het hof en regering van Groot-Brittanië, maar bij een aantal
plaatsen met Harbour, had hij de u misspeld waardoor hier bijv. Victor
Harbour, Victor Harbor heet. Je denkt, nu hoef ik niet meer naar de
VVV, maar daar is nog veel meer te lezen, leren, bekijken over bijv.
de pinguins die ook daar aan land komen. Daar komen we de volgende dag
pas achter, want vandaag is de VVV dicht, het is 5 over 5, we zijn net
te laat. We bellen de nummers nog die er staan, maar dat lukt niet.
We willen hier de pinguins gaan bekijken, eventueel. Eerst de camping
opgezocht en dan lopen we richting de houten pier van 1 km lang ongeveer.
Hier gaat ook de paardentram overheen, maar we zien de paarden teruggebracht
worden naar hun stalling. We weten dat er ook een bistro op het mini-eilandje
aan het eind van de pier is, dus we denken slim te zijn, daar heen te
stuiteren, in de bistro lekker even iets eten en dan tegen 8 uur bij
het beginpunt van de pinguintour aan te schuiven. Het water onder de
pier lijkt maar een meter diep. Is misschien maar goed ook, want het
zal ons niets verbazen als binnenkort de pier instort. Enkele pilaren
zijn bijna door zo te zien! We komen heelhuids en droog aan de overkant
en moeten lachen bij het bordje dat pinguins voorrang hebben, wat een
humor. Bij de bistro is het akelig stil, hoewel ik met de telelens vanaf
de pier enkele mensen rond heb zien scharrelen. Dat blijken andere gestrande
toeristen geweest te zijn, want er is kip noch haan. De hele bistro
annex souvenirwinkel is gesloten. Lekker dan. We besluiten het eilandje
rond te lopen, er zijn paden. Via houten trappen, duinpaden en rotsen
zien we weer spetterende golven, huizenhoog opspatten. Met een oog in
een hoek om eventuele pinguins te spotten, lopen we in een uurtje het
eilandje rond. Op Kangaroo Island (in mijn persoonlijke top 3, net onder
Adelaide) zie je Remarkable Rock, hier een aantal soortgelijke rotsen,
uitgehold door weer en wind. Er plakt ook een speciaal wormpje tegen
de plafonds aan. Afijn, we komen terug bij het beginpunt en begrijpen
dat het bordje dus echt is, dat wil zeggen: hier komen de pinguins schijnbaar
aan wal, op dat punt, tegen half negen. Het is pas half acht en we zien
ondertussen hele bussen en hordes schooljeugd, uitgerust met verboden
zaklamp en camera's deze kant op komen, dus wij houden deze tour voor
gezien verder. Terug aan land zien we dat ook hier een grote schijnwerper
aan gaat. Ik hoop heel hard dat de beestje echt geen last hebben van
de mens, het licht en het lawaai van de kinderen.
Het heeft flink gewaaid en Hans heeft het kouder dan ik, dus we duiken
een warm restaurant binnen. Het knoflookbrood, de verkenner, is net
te lang gebakken en komt te laat aan, helaas. De smaak is prima en gelukkig
is het eten verder buitengewoon lekker. Je hebt lekker en heuuuuuul
lekker en dit is heuuuuuuul lekker! Vijf sterren voor eten en drinken.
Het uploaden van het reisverslag en foto's gaat niet meer lukken, alles
is verder dicht en internet is bij de VVV.
Dinsdag 14 november 2006
We zijn vroeg op en beginnen de koffers in te pakken. De camper
moet naar Adelaide, naar schatting 2 uur rijden van hier, voor 16.00
uur ingeleverd worden. De koffers en tassen zijn klaar, de camper opgeruimd
dus we kunnen nu eerst naar de Tourist Info om te internetten. Er is
dus een schat aan informatie met enkele seniore maar zeer bereidwillige
vrijwilligers die ons vreselijk matst met het internetten. We zijn zo'n
twee uur bezig, het uploaden van het fotoalbum duurt zo'n 15 minuten,
dan de mails en we maken vanaf hier een kaart die we in Nederland laten
versturen. Het is dus een vrolijk geknip, geplak, getyp en verstuur.
Buiten zien we de tram en paarden die allen van stal zijn gehaald en
de eerste dienst begint net. Een paard trekt met gemak zo'n houten tram
met passagiers vooruit. Snel even langs het postkantoor, een pakje naar
Wendy sturen en foto's naar een paar mensen.
Onderweg gaan we door fikse wijngaarden, keurig aangelegd met verkoop
bij de schuur zeg maar. Je kunt als je een wijnproeftour door zuidoost
Australië zou willen doen, al maanden bezig kunnen zijn. South
Australia, Victoria en Hunter Valley bij Sydney: genoeg te proeverijen!
Je rijdt heel makkelijk door Adelaide heen. Het verkeer is wel druk,
maar niet gestressd en de stad is ruim opgezet en de wegen goed en duidelijk
aangegeven. Kortom, we zitten in no time (geen tijd) bij een van de
campings die aan het strand liggen: Adelaide Shores Caravan Park. Een
werkelijk prachtige camping met zwembaden aan het strand, zeker aan
te raden. Later begrijpen we van Adelaiders dat het hier goed bekend
staat. We huren een cabin (bungalowtje). Er zijn diverse types, maar
we kennen de faciliteiten inmiddels en hoeven niet onze eigen douche
en toilet in het huisje. In de woon/slaapkamer een groot bed, 2 stapelbedden
staan in een aparte ruimte (6-persoons dus minimum), een keuken, kasten,
tafel, stoelen, koelkast en dat naast de amenities, lekker makkelijk.
De camper is nu leeg en kunnen we terugbrengen. We rijden vrij makkelijk,
hoewel de stad heel groot is, naar deze vestiging van Apollo en worden
uitermate vriendelijk verwelkomd en een paar puntjes die we hadden,
worden genoteerd. Dit is ook het land van de enquetes, deze hier dan
ook weer ingevuld, net als in Sydney. Uiteindelijk hebben we deze tweede
ronde 2.862 km gereden. Met het aantal van de eerste route erbij van
3.561, zitten we in totaal in 26 dagen op 6.423 km.
Voor het inleverpunt stopt de bus die de stad ingaat. Het duurt even,
maar dan is de goede bus er. De chauffeur heeft geen wisselgeld (vindt
hij) voor het briefje van 50, dus ga maar zitten. Na 20 minuten staan
we midden in het centrum waarvan de helft kantoren en winkels is, en
de andere helft groen, Botanische tuinen, dierentuin e.d. Een stukje
winkelgebied is alleen voor voetgangers en is versierd met Kersticonen.
Wel vreemd als het 25 graden is en zonnig. Mij valt op dat meer dan
50%, ik zou zelf zeggen meer, van de mensen hier iets zwarts aanheeft
of helemaal in het zwart is. Adelaide staat bekend als culturele stad
waar veel artiesten wonen. De jongelui willen duidelijk artistiek en
individueel overkomen, echt veel zien er theatraal uit qua haar, piercings,
kleding en begroeten elkaar ook zo, van: kijk naar mij, ik ben heel
speciaal. Ook hier lukt het ons niet de iced coffee van Cairns te evenaren.
We bedenken wel dat we in plaats van with ice, icecream moeten zeggen.
Anders krijg je ijsblokjes in plaats van een bolletje ijs. Het verschil
tussen de waterversie en melkversie. Maar het lukt alsnog niet. De appelkwarktaart
(German apple cheesecake) is wel heerlijk.
Aan het eind van deze winkelstraat lopen we links de Botanische tuinen
in. Deze zijn nog even open, dus we moeten er vrij snel doorheen. Toch
weer mooi, al die struiken, bloemen, beesten, bomen, maar te weinig
tijd. Het is een stevig stuk teruglopen omdat we de 'achterdeur' zijn
uitgegaan van het park. We gaan voor Thais deze keer qua eten, bij Michael
2. Een vreemde naam, maar het is er druk en dat voorspelt meestal iets
goeds. Tenminste, als het geen 'all-you-can-eat' restaurant is. Zonder
reservering (oeoeoeoe) komen we toch bij tafel 1 terecht: voor het raam.
De rest is zo goed als vol. Hans heeft weer krokante kipstukjes met
een dipsaus, maar deze keer op Thaise wijze dus. En ik heb rundvlees
in een pikante curry, heerlijk. Duidelijk verse kruiden en, heel belangrijk,
ik blijf het zeggen, net niet teveel koriander. We zien ondertussen
buiten veel vooral jongelui in pakken en vooral outfits voorbij lopen.
We zijn er niet uit of het hier verlaat Halloween is, of wat?? Het zijn
de eindejaarsfeesten van de universiteiten hier. De geslaagden (verpleegsters,
technici) gaan naar het gala, dat is het. Wij staan inmiddels bij de
bushalte, wachtend op een bepaalde lijn. Na een kwartiertje vraag ik
een chauffeur van een andere dienst of 'onze' bus nog wel rijdt, maar
die weet van niets. Nog maar stoer blijven staan dan, er staan wel andere
mensen ook nog gelukkig. Het wordt inmiddels donker. Na bijna 45 minuten
vind ik het wel genoeg en vragen we een andere buschauffeur of die lijn
nog komt en maar 1x per uur rijdt, toevallig. Hij kijkt in de boekjes
en denkt met ons mee: stap maar in, ik zet jullie wel af bij de bushalte
waar je meer kans maakt. O.k. Ondertussen raken we aan de praat, het
blijkt een bijzonder aardige, praatgrage Poolse Australiër te zijn.
Hij heeft inmiddels de plannen gewijzigd en bedacht dat we met hem naar
Glenelg rijden en dan beter een taxi terug kunnen nemen voor het laatste
stukje naar de camping. Ook goed. We blijven praten en er stappen alleen
nog maar mensen uit inmiddels. Na een half uurtje vraag ik of we niet
moeten betalen. Nee, er was nu toch geen inspectie meer, laat maar zitten.
Dan zitten alleen wij nog in de bus. Hij besluit de laatste haltes over
te slaan en een andere weg naar Glenelg te nemen, zodat hij ons dichter
bij de camping kan afzetten. Nee, we hoeven ons niet ongerust te maken,
er stapte niemand meer in. Voor de zekerheid maar wel de lichten uit
in de bus, zodat hij buiten dienst erop kan zetten. Een kwartiertje
later worden we bij de poort van de camping afgezet en nemen we met
moeite afscheid. Wat een prachtig mens, heel apart. We hopen niet alleen
dat hij of vrienden van hem ooit in Nederland langskomen, maar vooral
dat hij geen problemen krijgt door deze spontane, zeer gewaardeerde
muiterij...
Woensdag
15 november 2006
Bang dat we de wekkers zullen missen, staan we na heel slecht slapen
om 5.15 uur op. Beide wekkers gaan af, geen probleem. Gisteren had het
personeel van dit park al een taxi voor ons besteld en deze rijdt dan
ook keurig voor. In 10 minuten zijn we bij het vliegveld. Nog wel voldoende
om met de taxichauffeur de politieke situatie in Oz en de wereld te
bespreken. Er wordt niet echt overduidelijk aangegeven waar je moet
zijn om in te checken. We komen er maar niet achter en staan er nog.
Nee, tuurlijk niet! We komen er wel achter en checken moeiteloos in
met vast overgewicht, we hebben niet gewogen.
Naar Sydney is het maar 1,5 uur vliegen, over land, dus ik zou zeggen:
stukje cake! Piece of cake, makkie, ritje met de stadsbus, maar nee,
het is een bumpy ride (bumpig ritje) met gelukkig geen luchtzakken,
maar wel turbulentie.
Dan staan we op vliegveld Sydney. Helaas kunnen we niemand meer ontmoeten,
want we mogen het vliegveld niet af. We bellen nog wel even met Ruben,
gezellig. Ondertussen is de vertraging opgelopen naar 1 uur. We sms-en
dat vast naar Ketut (Ketoet) die ons op Bali van het vliegveld zal halen.
Meer
over Bali in delen 6 en 7.